Mijn goede vrienden, is dit verhaal niet een beetje het beeld van wat gebeurt met vele mensen uit onze generatie? Ze zijn druk bezig in deze wereld, rennen van de ene naar de andere kant. Schijnbaar hebben ze God niet nodig. "Waartoe dient nog die band met die God boven mij?" vragen ze zich af. En vele mensen hebben de draad naar boven doorgeknipt. Ze beseffen nog niet hoe belangrijk die draad ook voor hen is. De schijnbaar nutteloze verbindingsdraad naar God is ook voor de moderne mens een levensdraad.
Daarom zegt Jezus dat het eerste gebod is: "Je moet God beminnen met heel je hart, met heel je ziel, geheel je verstand. Dit is het voornaamste en het eerste gebod." In het leven van de gelovige mens staat de liefde tot God centraal. God komt op de eerste plaats. Dit woord van Jezus is klaar en duidelijk en laat geen ruimte voor interpretatie. Toch is het voor de meeste mensen moeilijk verteerbaar. We zitten verveeld met dat woord. Hoe zouden we God boven alles kunnen beminnen als we soms al zo moeilijk hebben in Hem te geloven? Bovendien zijn we zo gefascineerd door wat onze wereld ons te bieden heeft dat God vaak op de laatste plaats komt.
Een onderzoek in Frankrijk naar de reden waarom de mensen 's zondags niet meer naar de kerk gaan, gaf als voornaamste reden: "La vie moderne", het moderne leven. Dat brengt mee dat de mens geen tijd meer vindt voor God. In het moderne leven komt God op de laatste plaats.
Waarom komt Jezus toch zo sterk op voor de rechten van God? Waarom moet de liefde tot God voorrang krijgen op al de rest? Het antwoord is éénvoudig: omdat God ons het eerst heeft liefgehad. God is de dragende grond en bron van ons bestaan, van heel onze wereld en van heel de geschiedenis. Hij is een mensenvriend. Heel de bijbel staat er vol van. Hij heeft zijn volk bevrijd uit de slavernij van Egypte en blijft dat ook doen in onze dagen. Hij heeft zijn Zoon gezonden om de mensen te redden, en ook vandaag toont Hij zich als bevrijder en verlosser van mensen. Alles hebben we aan God te danken. Het eerste en voornaamste gebod roept ons op Hém niet te vergeten aan wie we ons leven en onze verlossing te danken hebben.
Het tweede gebod luidt: "Ge zult uw naaste beminnen als uzelf." Merkwaardig genoeg zegt Jezus dat het gelijkwaardig is met het eerste. Meteen maakt Hij duidelijk dat de liefde tot God niet ten koste van de naastenliefde gaat. Integendeel, wie in de stroom van Gods liefde gaat staan, wordt een mens die zich innerlijk bewogen voelt om de anderen in die liefde te laten delen. Gods geest zal zo'n mens stuwen om de andere graag te zien. Gods geest zal ons helpen de anderen zo graag te zien als God. De naaste liefhebben is meer dan medemenselijkheid. Het gaat erom naar de medemens te kijken en van hem te houden zoals God naar hem kijkt en van hem houdt. Het gaat over beminnen in de diepte. In deze mens God zien, in deze zieke, in deze eenzame, in deze arme, in deze vreemdeling…
Met andere woorden: het eerste en het tweede gebod zijn niet te scheiden. We moeten ze samenhouden in ons leven en in onze kerk. Bidden en werken staan soms tegenover elkaar. Actiegroepen en bezinningsgroepen leiden soms een gescheiden leven. Maar bevrijdingswerk, inzet voor gerechtigheid, dat niet ontspringt aan Gods liefde blijft onvolkomen. Vroomheid die niet aanzet tot rechtvaardigheid en vrede is onaf en schijnheilig. Strijd en inkeer horen samen. De liefde tot God is niet te scheiden van onze verhouding tot de medemens.
Maar we zouden ons ook kunnen afvragen waarom we het zo moeilijk hebben om dit woord van Jezus in de praktijk te beleven. Misschien is het omdat we niet horen. Viel het u, beste mensen, ook op dat in de eerste lezing en in het evangelie Gods woorden beginnen met de woorden "Hoor, Israël". De eerste houding tegenover God is de houding van het horen. Bidden is op de eerste plaats horen naar God. We moeten misschien beter leren horen.
Je zou vier vormen van horen kunnen onderscheiden:
Horen kan heel oppervlakkig zijn: het ene oor in, het andere oor uit. We horen wel de woorden van God in de kerk, in onze medemensen, maar er blijft niets van hangen.
Horen kan ook luisteren worden. Wanneer we echt luisteren nemen we in ons geheugen en in ons hart op wat we horen. We laten het in ons doordringen. Luisteren is intens horen…
Er is ook gehoorzamen. Daarin horen we de stam van het woord horen. Het is een verdere stap van horen. Het betekent: zo horen dat je gaat doen wat je hoort. Het is horen metterdaad.
En tenslotte: behoren, toebehoren. Ook hier horen we de stam van het woord horen. Dit is de sterkste vorm van horen. Het is de vorm van horen die we herkennen in elke echte liefdesrelatie van mensen, wanneer de ene mens echt aan de andere wil toebehoren. Het is zo naar de andere luisteren dat je helemaal van hem wil zijn, met geheel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw verstand en geheel uw kracht. Het is tot zo'n horen dat God ons uitnodigt.
Horen, luisteren, gehoorzamen, toebehoren. Vier stappen om Gods woord te volbrengen. Welke stap ga jij vandaag zetten?