|
En toch denk ik dat de uitspraak fout is. Ik denk dat er nog een vreselijker hel bestaat dan de anderen: de hel namelijk dat er geen anderen meer zijn. De hel dat een mens niets of niemand meer heeft om naartoe te gaan. Ik denk dat dit, meer nog dan die andere hel, de echte hel is van deze tijd: dat onnoemelijk veel mensen niet meer weten waar ze met hun angsten, hun zorgen, hun verlangens naartoe kunnen gaan. Dat ze geen schouder meer vinden waarop ze kunnen steunen, geen hand die hen eens aanraakt, geen oor dat ooit naar hen wil luisteren, geen hart dat echt voor hen wil kloppen. En ik denk ook dat we vanuit die optiek de bijna wanhopige vraag van Petrus moeten begrijpen: "Heer, naar wie zouden wij gaan?" Ik denk dat we ook vanuit die optiek de resolute geloofsbelijdenis van de Israëlieten uit de eerste lezing moeten begrijpen: "Wij denken er niet aan de Heer te verlaten en andere goden te vereren."
'Andere goden vereren'... Net als de Israëlieten worden wij omringd door andere goden, door de afgoden van deze tijd. Vanuit alle hoeken worden we bestookt met ideologieën, met verleidingen, met beloften, met grote woorden, met politici van het altijd goede nieuws, met reclameslogans. En alle hebben ze dit gemeen: ze spiegelen ons het volmaakte, zorgeloze geluk voor, helemaal voor ons alleen. We moeten onze hand maar uitsteken, en het is er, dat geluk, en het is er in de overtreffende trap. En daarvoor is er geen God van doen.
Mijn goede vrienden, dat is wat er gebeurt als we andere goden nalopen: mensen worden corrupt, want geld alleen is belangrijk; mensen worden hard, want ieder vecht om meer; mensen worden wreed, want ieder ander is een concurrent; mensen worden eenzaam, want ieder ander is een vijand; mensen worden cynisch, want er is niemand meer naar wie ze kunnen toegaan. En meer en meer wordt ook dit ontegensprekelijk duidelijk: waar respect voor elk ander mensenkind verschrompelt, daar wordt de wereld, hard en onveilig, en onvrij en crimineel. 'Indien de Heer het huis niet bouwt, bouwen vergeefs de knechten.' In een wereld zonder God wordt l'enfer inderdaad les autres. Zoals Sartre zegt.
"Heer, naar wie zouden wij gaan?", vraagt Petrus. De grote massa die Jezus naliep heeft afgehaakt. Het valt daarbij op dat Jezus geen enkele moeite doet om hen tegen te houden. Hij heeft geen nood aan meelopers, wel aan navolgers. Hij past zijn boodschap niet aan, Hij verdoezelt zijn woorden niet, Hij smukt ze niet op in een mooi maar vals kleedje. Hij weet dat, als Hij dat deed, zijn woorden even waardeloos zouden zijn als de woorden en de beloftes waarmee wij dagelijks bestookt worden. Petrus en de elf anderen vragen ook niet om een aanpassing. Ook al begrijpen ze niet alles wat Hij zegt, en ook al weten ze niet waar het hen zal brengen Hem te volgen, ze blijven bij Hem. Van die twaalf, van die kleine minderheid van toen zijn wij de volgelingen, en net als Petrus zeggen wij: "Heer, naar wie zouden wij gaan?"
Zo worden wij vandaag ook voor de keuze gesteld. Een keuze om er te zijn voor anderen, en te doen wat we kunnen. Binnen onze parochies hebben we nood aan mensen die de zaak mee-dragen, als misdienaar, als lector, als verantwoordelijke en waar zijn ze, waar staan ze …..inderdaad aan de kant en je weet het wellicht ….de beste stuurlui staan aan de kant …
Mijn goede vrienden,
We hebben jullie nodig opdat we geen 'hel' voor elkaar zouden zijn maar een steun en een toeverlaat om verder te bouwen aan Jezus'droom ….
Doe aub mee en neem NU uw verantwoordelijkheid op en geef ons antwoord …
Van harte dank,
Pastoor Johnny De Man
|